Innovatief ontwerp in nieuw multifunctioneel Politiecomplex te Drachten
There are no translations available.

In opdracht van Politie Fryslân is in Drachten een dienstengebouw gerealiseerd, waarin diverse ondersteunende diensten van de politie zijn ondergebracht. Tevens wordt de gezamenlijke Noordelijke Meldkamer in dit gebouw gehuisvest. SchreuderGroep verzorgt de advisering voor de gebouwgebonden installaties en voor bouwfysica, geluid en akoestiek.
Projectomvang
BVO 11.000 m2.
Bijzonderheden
In het gebouw worden diverse diensten van Politie Fryslân, Korps Landelijke Politie Diensten (KLPD), Veiligheidsregio en de gemeenschappelijke Meldkamer Noord-Nederland MkNN ondergebracht.
Voor Politie Fryslân zijn dit:
- Integraal Beroepsvaardigheden Training (IBT) met kantoren, sportzalen, kleed-, douche-, dojo- en fitnessruimten, een oefenstraat met oefenwoningen, een 4- puntschietbaan met een lengte van 25 m, wapenonderhoudruimte, munitieopslag en schietsimulatieruimten.
- Laboratoria, DNA-onderzoekruimten, opslagruimten en kantoren voor de Unit Forensische Ondersteuning Diensten (UFOD).
- Vergaderzalen, auditorium en restaurant.
- Arbodienst met kantoren, dokterskamers en onderzoekruimten.
- Centraal depot voor opslag van in beslag genomen goederen.
Voor Korps Landelijke Politie Diensten (KLPD):
- Een 4-puntschietbaan met een lengte van 35 m, munitie en wapenopslagruimten.
Voor de Veiligheidsregio (o.a. Politie, Brandweer, Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst GGD):
- Regionaal Commando Centrum (RCC) met commando- en crisisruimten en ruimten voor ondersteunende diensten.
Voor de Meldkamer Noord-Nederland (MkNN):
- Gemeenschappelijke Meldkamer voor Friesland, Groningen en Drenthe van Politie, Brandweer en Ambulancediensten, commandoruimten, briefing- en vergaderruimte, kleedruimten en computer- en apparatenruimten (Main Equipement Room MER).
Energiezuinig ontwerp
Bij het ontwerp van het gebouw is gezocht naar duurzame energiezuinige oplossingen, waarbij zoveel mogelijk bespaard wordt op primaire energie en de CO2-uitstoot wordt beperkt.
Bouwkundig is daarbij o.a. gebruik gemaakt van een hoge isolatiewaarde in combinatie met isolerende en zonwerende beglazing (schiloptimalisatie). Dit draagt tevens bij aan het comfort, doordat koude straling wordt gereduceerd.
Door gebruik te maken van gebalanceerde ventilatiesystemen met hoog rendement warmtewielen worden de ventilatieverliezen zoveel mogelijk beperkt.

Installaties
De eisen met betrekking tot klimaat, ventilatie, verlichting en energiebehoefte van de diverse in het gebouw ondergebrachte functies zijn zeer divers. Het ene deel van het gebouw vraagt warmte en een ander deel van het gebouw vraagt koeling. Hierdoor ontstaat per functie een verschil in warmte- en koudevraag. Door toepassing van warmte- en koudebuffering kan warmte-uitwisseling worden gerealiseerd. Vrijkomende warmte door koeling bij de ene functie kan worden benut voor verwarmen van een andere functie. Vrijkomende koude bij verwarming door middel van een warmtepomp kan worden benut voor vrije koeling van een bouwdeel met koelvraag. Hierdoor worden de primaire energiekosten tot een minimum beperkt.
Er is energiezuinige verlichting met aanwezigheidsdetectie toegepast. Met een daglichtafhankelijke regeling wordt het binnenvallende daglicht optimaal benut.

Nadere omschrijving installatieontwerp
Warmte- en koudeopslag
Om de momentane warmte- en koudevraag optimaal op elkaar te kunnen afstemmen is buffering essentieel. Dit wordt gerealiseerd door gebruik te maken van warmte- en koudeopslag in de bodem in combinatie met buffervaten die, afhankelijk van de actuele vraag, wordt geladen of ontladen. Zo wordt bij warmtevraag van een bouwdeel via een warmtepomp warmte onttrokken aan de buffer en de buffer met koude geladen. Terwijl op dat moment de MER-ruimte (computerruimte van de meldkamer) met het vrijkomende koude wordt gekoeld. Omgekeerd wordt de warmtepomp gevoed met de vrijkomende warmte uit de MER-ruimte. Het verschil in de vraag naar warmte en koude wordt door het ontladen of bijladen van de buffer via de warme- en koudebron in balans gehouden.
Bronsysteem
Voor het onttrekken en opslaan van warmte en koude wordt een open bronsysteem toegepast met een warmtebron en een koudebron in de derde watervoerende laag op een diepte van 65 – 100 m. Op deze diepte is een zeer goed doorlatende zandlaag aanwezig.
Het bronsysteem heeft een capaciteit van 80 m3/h, wat overeenkomt met ca. 700 kW thermisch vermogen. Nadat het bronsysteem enige tijd in gebruik is, ontstaat in de warmtebron een watertemperatuur van maximaal 16ºC en in de koudebron een temperatuur van ca. 8 ºC.

Droge koeler
In de afgegeven milieuvergunning wordt geëist dat de hoeveelheid onttrokken energie (warmte) in balans is met de aan de bron toegevoegde hoeveelheid energie. Om overtollige warmte te kunnen afvoeren of extra warmte te kunnen laden, is op het gebouw een droge koeler geïnstalleerd waarmee afhankelijk van de buitentemperatuur warmte of koude kan worden afgevoerd of geladen. Tevens dient deze droge koeler als noodkoeler voor de MER-ruimte, indien het bronsysteem in verband met onderhoud tijdelijk buiten bedrijf is.
Warmtepomp
Een warmtepomp kan worden toegepast voor het omzetten van laagwaardige energie (lage temperatuur) naar hoogwaardige energie. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van warmte uit de bodem of restwarmte uit een proces of van het gebouw. Bijkomend voordeel daarbij is, dat door de onttrekking van warmte via een warmtepomp ook koude beschikbaar komt. De voor de aandrijving van een warmtepomp benodigde energie komt vrij in de vorm van warmte en kan worden benut voor verwarming of kan worden opgeslagen in het bronsysteem in de bodem.
Door deze eigenschappen komt op een zeer rendabele wijze energie beschikbaar. Het rendement van een warmtepomp hangt sterk af van de ontwerptemperatuur. Warmtepompen kunnen optimaal worden toegepast bij een ingaande temperatuur niet lager dan 0ºC en de uitgaande temperatuur niet hoger dan maximaal 50ºC. Bij het toepassen van een warmtepomp voor verwarming dient derhalve een laagtemperatuursysteem (<55ºC) te worden toegepast.

Laagtemperatuursysteem verwarming en hoogtemperatuursysteem koeling
Voor laagtemperatuur verwarming wordt een temperatuurtraject gehanteerd van ca. 45-35ºC. Voor hoogtemperatuur koeling wordt een temperatuurtraject van ca. 12-18ºC aangehouden.
Om bij het toepassen van een laagtemperatuursysteem voldoende warmteoverdracht te kunnen realiseren, is een groot warmteoverdragend oppervlak nodig. Het gebouw is daartoe voorzien van vloerverwarming, vloerkoeling, plafondverwarming, plafondkoeling. Toepassing van deze systemen werkt comfortverhogend, omdat de oppervlaktetemperaturen en de ruimtetemperatuur dicht bij elkaar liggen.
Overige in het gebouw toegepaste bijzondere installaties:
- Klimaatgevel
- Koeling MER-ruimte
- Koeling en verwarming meldkamer en commandoruimten
- Bekabelingsysteem meldkamer
- Noodstroomvoorziening
- CCTV-, camera-, audio- en videosystemen
- Schietbaanventilatie
- Ventilatie laboratoria en DNA-ruimten
Klimaatgevel
De zuidwestgevel van het deel van het gebouw waar de meldkamer is ondergebracht is, om warmtebelasting en koudeval in de ruimte te voorkomen, voorzien van een klimaatgevel.
De klimaatgevel is zodanig ontworpen dat de door de zoninstraling opgevangen warmte in de koude periode kan worden benut voor het voorverwarmen van ventilatielucht. Doordat de lucht in de klimaatgevel hoger is dan de buitentemperatuur, wordt koudestraling en koudeval via de glazen gevel in de meldkamer voorkomen.
In de zomerperiode kan de klimaatgevel bij hoge buitentemperaturen worden gekoeld door de ventilatielucht uit de meldkamer via de klimaatgevel af te voeren. Warmtebelasting door zoninstraling wordt daarmee tegengegaan. Bij geen warmtevraag voor ventilatie en bij een overschot aan warmte, kan de warmte uit de klimaatgevel via natuurlijke ventilatie rechtstreeks naar buiten worden afgevoerd. Om te voorkomen dat tijdens calamiteiten rook of andere verontreiniging via de klimaatgevel naar binnen komt is een detectiesysteem opgenomen, waarmee de ventilatie via de gevel kan worden afgesloten.
Koeling MER-ruimte (Main Equipment Room)

De MER-ruimte is onderdeel van de meldkamer en wordt gekoeld met een geavanceerd koelsysteem. Er wordt maximaal gebruik gemaakt van vrije koeling. In de koelmachines zijn extra watergevoerde koelbatterijen aanwezig, waarmee de warmte uit de ruimte zonder tussenkomst van koelcompressoren wordt afgevoerd naar de warmte-/koudebuffer van het WKO-systeem. Deze vrijkomende warmte kan via de warmtepomp worden benut voor het verwarmen van overige delen van het gebouw. In de zomersituatie wordt de warmte opgeslagen in de warme bron. Wanneer de warmte uit de MER-ruimte niet via vrije koeling kan worden afgegeven, omdat bijvoorbeeld door hoge belasting het koelwater te warm is, dan worden compressoren bijgeschakeld en wordt geforceerd gekoeld. Bij onderhoud aan het bronsysteem kan via een “droge” koeler op het dak de warmte worden afgevoerd. Door het toepassen van vrije koeling wordt ten opzichte van een conventionele oplossing ca. 60% aan elektrische energie bespaard. Dit komt overeen met ca. 115.000 kWh per jaar. Door de vrijkomende warmte te benutten voor de verwarming van het gebouw wordt de energiebalans van het WKO-systeem geoptimaliseerd en kan de warmtepomp optimaal worden ingezet voor de verwarming van het gebouw. Er wordt een besparing op gasverbruik
gerealiseerd van 85%, wat overeenkomt met
ca. 150.000 m3. Het gebouw wordt in de zomerperiode gekoeld met bronwater. De CO2 reductie ten gevolge van de besparing op elektrische energie en gas bedraagt totaal 280.000 kg per jaar.
Koeling en verwarming meldkamer, calamiteiten- en commandoruimten
Meldkamers en commandoruimten zijn ruimten met een hoge interne warmtelast. Deze warmtelast wordt met name veroorzaakt door de grote hoeveelheid opgestelde apparatuur en beeldschermen. Verkennend onderzoek en bezoeken aan diverse meldkamers heeft uitgewezen dat deze hoge interne warmtelast in combinatie met actieve (lucht)koeling in veel meldkamers zorgt voor een onaangenaam klimaat en oorzaak is van veel klachten. De veelal beperkt beschikbare hoogte van deze ruimten in combinatie met luchtkoeling en het voor de benodigde koelingcapaciteit grote aantal luchtwisselingen is een belangrijke oorzaak van deze klachten. Deze bevindingen zijn in het ontwerp van de nieuwe meldkamer, zowel bouwkundig als installatietechnisch, verwerkt.

De ruimtetemperatuur wordt via het gebouwenbeheersysteem automatisch geregeld. Tijdens de avond- en nachtperiode wordt de ruimtetemperatuur enigszins verhoogd. Indien gewenst, kunnen de gebruikers de ingestelde ruimtetemperatuur enige graden verhogen of verlagen.De nieuwe meldkamer is uitgevoerd als een hoge ruimte en voorzien van een klimaatplafond in combinatie met vloerverwarming c.q. vloerkoeling. De ruimte wordt mechanisch geventileerd. De ventilatielucht wordt afhankelijk van de buitencondities voorverwarmd of gekoeld en eventueel bevochtigd.
De basislast voor de koeling wordt gedekt via koeling van het klimaatplafond en koeling van de vloer. De basis ventilatiecapaciteit is afgestemd op de bezetting van de ruimte. Bij extreme koelvraag wordt de ventilatiecapaciteit verhoogd en wordt extra gekoelde lucht in de ruimte toegevoerd. Door de warmte hoofdzakelijk via statische koeling (klimaatplafond en vloerkoeling) af te voeren, wordt mede door de hoogte van de ruimte een te hoog aantal luchtwisselingen en hoge luchtsnelheden voorkomen.
Ook kan het verlichtingsniveau worden aangepast.
Bekabelingsysteem meldkamerVeel meldkamers zijn uitgevoerd met een zogenaamde computervloer, waarin de noodzakelijke bekabeling wordt aangelegd. Een nadeel hierbij is dat eenmaal aangebrachte bekabeling en nieuw aan te brengen bekabeling tijdens het 24 uurbedrijf van de meldkamer niet meer zonder verstoring kan worden uitgewisseld. Dit leidt in bestaande situaties tot overvolle bekabelingruimten. Nieuwe bekabeling wordt over oude bekabeling heen gelegd en bestaande bekabeling blijft vaak liggen.
In de nieuwe meldkamer hebben we dit opgelost door de MER-ruimte onder de meldkamer te situeren. De actieve computerapparatuur van de meldtafels is in deze ruimte ondergebracht. De bekabeling vanuit deze ruimte naar de meldtafels is rechtstreeks via sparingen in de vloer tot onder de meldtafels aangelegd. Het voordeel is, dat in de meldkamer alleen ter plaatse van de meldtafels nog maar bekabeling aanwezig is en aanpassing van bekabeling of uitwisselen van computerapparatuur het meldkamerproces minimaal verstoort. Tevens wordt voorkomen dat vrijkomende warmte van deze computerapparatuur in de meldkamer vrijkomt en het klimaat beïnvloed.
Om de opstelling van de meldtafels en de inrichting van de meldkamer bij veranderende processen of eventueel voortschrijdend inzicht in de toekomst eenvoudig te kunnen wijzigen, zijn in de vloer van de meldkamer op een vast grid per meter vloersparingen voor kabeldoorvoer voorbereid.
De MER-ruimte en de meldkamer maken deel uit van hetzelfde brandcompartiment. Daarmee wordt voorkomen dat vloersparingen voor kabeldoorvoer brandtechnisch moeten worden afgewerkt en dat bij toekomstige wijziging of uitwisseling van bekabeling ook de afdichtingen steeds weer brandtechnisch moeten worden afgewerkt.
Noodstroomvoorziening
Bij stroomuitval zorgen twee noodstroomaggregaten in combinatie met back-up voorzieningen voor de elektrische voeding van het gebouw. De elektrische voedingen van de meldkamersystemen, de noodstroomvoorzieningen en het back-upsysteem zijn redundant uitgevoerd. Dat wil zeggen dat bij storingen automatisch naar een tweede reservesysteem wordt overgeschakeld. De noodstroomaggregaten zijn zodanig geschakeld dat de meldkamer altijd de hoogste prioriteit heeft. Bij onderhoud of calamiteiten kan op eenvoudige wijze een derde externe noodstroomvoorziening worden aangesloten.
CCTV-, camera-, audio- en videosystemen
Ten behoeve van beveiliging, presentatie en beheer zijn in het gebouw diverse voorzieningen voor CCTV-, camera-, audio- en videosystemen voorzien. Het systeem bestaat uit camera’s, welke in en om het gebouw zijn opgesteld, monitorsystemen, audio- en videopresentatieapparatuur en een videowall.
Schietbaanventilatie
Ter voorkoming van de door het schieten veroorzaakte geluidhinder naar de omgeving zijn in het ventilatiesysteemextra geluiddempende voorzieningen opgenomen. Om het optredende geluid en de geluidspecifieke geluidseigenschappen van de ruimten te kunnen vaststellen, zijn door ons bureau vooraf, in een eerder gerealiseerde schietbaan, geluidsmetingen en akoestische berekeningen uitgevoerd.
Ventilatie laboratoria en DNA-ruimten

Schietbaanventilatie
In het gebouw zijn twee schietbanen aanwezig. De schietbanen worden zodanig geventileerd dat in de schietbanen een laminaire luchtstroming aanwezig is, zodat de tijdens het schieten vrijkomende dampen en stof zonder hinder voor de aanwezige personen worden afgevoerd. Het in de afgevoerde ventilatielucht aanwezige stof wordt via microfilters afgevangen.

Ter voorkoming van de door het schieten veroorzaakte geluidhinder naar de omgeving zijn in het ventilatiesysteemextra geluiddempende voorzieningen opgenomen. Om het optredende geluid en de geluidspecifieke geluidseigenschappen van de ruimten te kunnen vaststellen, zijn door ons bureau vooraf, in een eerder gerealiseerde schietbaan, geluidsmetingen en akoestische berekeningen uitgevoerd.
Ventilatie laboratoria en DNA-ruimten
In het gebouw zijn diverse laboratorium- en DNA-onderzoekruimten ondergebracht. De ruimten worden geventileerd met een gebalanceerd ventilatiesysteem. In verband met de specifieke eisen wordt de ruimtetemperatuur en de toevoerlucht zeer nauwkeurig op temperatuur en luchtvochtigheid geregeld en gefilterd. Om besmetting van de onderzoeksruimten te voorkomen, worden de diverse ruimten onderling op verschillende overdrukniveaus geregeld. Om besmetting van de toevoerlucht via afvoerlucht te voorkomen, is voor de warmteterugwinning van warmte uit de afvoerlucht een zogenaamd kruisstroom systeem met een gescheiden warmtewisselaar toegepast.
Heeft u interesse in hoe één en ander tot stand is gekomen, dan kunt u contact opnemen met de heer M. Reitsma, bereikbaar op 058-244 91 50.








